Leven en werk vloeien naadloos in elkaar over in mijn praktijk. Vanuit een verbouwde boerderij in een klein dorp in de Brabantse polder zoek ik bewust de nabijheid van natuur en oorspronkelijke materialen.
Binnen mijn werk speelt het gieten van klei in mallen een centrale rol—een techniek die binnen de keramiek vaak wordt onderschat, maar die mij juist de vrijheid biedt om thema’s als vervloeien en bevroren beweging te onderzoeken. In deze spanning tussen beweging en verstilling ontstaat een beeldtaal die zowel ingetogen als krachtig is.
Dit komt treffend tot uiting in mijn bekendste werk, de Puntkom : een schaal waarin een asymmetrische punt ogenschijnlijk oplost in het niets. Het object lijkt gevangen in een moment van transformatie, alsof de vorm nog steeds in beweging is.
Kenmerkend voor mijn werk is de zuiverheid van vorm, gecombineerd met een uitgesproken contrast tussen het pure, matte aardewerk en de rijke, glanzende kleuren van het glazuur. Door mijn Puntkommen in zorgvuldig gecomponeerde opstellingen te presenteren, overstijgen de individuele objecten hun vorm en ontstaat een ruimtelijke dialoog waarin elk stuk een nieuwe dimensie krijgt.





